INVESTIGATIONS & INTELLIGENCE

"All I Have Is a Voice to undo the folded lie" (W H. Auden)

Artikelen

2. Vormen de gebruikte argumenten een rechtvaardiging voor de aanname van de amnestiewet?

Inderdaad: De Nationale Assemblee is bevoegd tot het maken van wetten. Maar niet zomaar wetten (wetten ad personam), zoals reeds eerder betoogd. Een juiste visie op dit vraagstuk behelst het feit dat de politici die het amnestiewetsvoorstel hebben ingediend en vurig hebben verdedigd, blijk geven van een krom rechtsbewustzijn. Al geeft de grondwet de DNA-leden de bevoegdheid om initiatiefwetsvoorstellen in te dienen, van een veel hogere orde zijn fundamentele rechtsbeginselen. Deze beginselen houden in dat politici geen misbruik mogen maken van hun bevoegdheid wetten te maken die indruisen tegen dezelfde grondwet en internationaalrechtelijke bepalingen die o.a. een waarborging inhouden van de fundamentele rechten.
Enkele fundamentele rechtsbeginselen die in dit verband in het rechtsbewustzijn van alle volksvertegenwoordigers behoren te zetelen, zijn:

A. Het rechtsbeginsel van de scheiding der machten;

B. Het rechtsbeginsel pacta sunt servanda;

C. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Een hoog ontwikkeld rechtsbewustzijn is wezenlijk voor de totstandkoming en instandhouding van een democratische rechtsstaat. Dit rechtsbewustzijn is aanwezig als in het denken en handelen blijkt dat men zich laat leiden door de fundamentele rechtsopvattingen. De Surinaamse grondwet heeft dit ook nadrukkelijk als uitgangspunt vastgelegd, zo wordt in de Preambule van de Grondwet bepaald dat "wij, het volk van Suriname, .... overtuigd van onze plicht de principes van vrijheid, gelijkheid en democratie alsmede de fundamentele rechten en vrijheden van de mens te eerbiedigen en te waarborgen ..." in acht nemen.

De Surinaamse politici moeten laten zien dat ze een gezond rechtsgevoel voorrang geven bij het maken en handhaven van wetten. De geslonken coalitieleden hebben rondom de amnestiewet laten zien dat ze een onvoldoend ontwikkeld rechtsbewustzijn hebben. De betogen laten zien dat de leden niet goed hebben begrepen wat de fundamentele beginselen betekenen. Ze begrijpen de eigen Grondwet niet.

=> Naleving gewoonterecht leidt niet tot aantasting van de soevereiniteit.

In dit verband hebben de leden betoogd dat de soevereiniteit van Suriname prevaleert ten opzichte van hoogstaande grondwettelijke en internationaalrechtelijke bepalingen. Wie zo krom redeneert, geeft te kennen dat zijn verstandelijk vermogen op het gebied van het geldende recht in Suriname beperkt is. Hij is blijkbaar niet in staat op een abstract niveau het geheel te overzien. Hij moet inzien dat sommige grondwettelijke bepalingen de suprematie van verdragsrecht erkennen en dit verdragsrecht voorrang krijgt bij de toepassing van het recht. Bovendien falen de verdedigers van de amnestiewet in te zien dat de soevereine wil van het Surinaamse volk niet ter discussie staat. Het parlement van Suriname heeft namelijk in overeenstemming met de soevereiniteit van Suriname een wet aangenomen ter erkenning van mensenrechtenverdragen. Betogen dat de soevereiniteit van Suriname het rechtvaardigt een amnestiewet aan te nemen, laat zien dat er drogredenen worden gehanteerd: retoriek, bedrog en misleiding van het volk om het volk te verblinden.

Elk wetsvoorstel - en zeker een amnestiewet! - vereist de grootste zorgvuldigheid in de concipiëring. Dit betekent dat de coalitieleden rekening moeten houden met het fundamentele rechtsbeginsel van het in acht nemen van de scheiding der machten. Dit is een rechtsbeginsel dat internationaal tot het gewoonterecht behoort en wezenlijk is voor een democratische rechtsstaat. De NDP-politici weten, dan wel behoren te weten, dat dit beginsel expliciet in de Surinaamse grondwet is vastgelegd, namelijk artikel 131, lid 3 van de Grondwet: “Elke inmenging inzake de opsporing en vervolging en in zaken bij de rechter aanhangig, is verboden".

 

Kan men indachtig dit rechtsbeginsel dan toch een amnestiewet aannemen? Nee, een ontwikkeld rechtsbewustzijn had moeten verhinderen dat de amnestiewet door De Nationale Assemblee werd aangenomen omdat dit rechtsbeginsel wezenlijk is voor het handelen volgens een gezonde rechtsopvatting. Dit beginsel is van een hogere orde en maakt dat men de bevoegdheid mist om wetten te maken die daarmee in strijd komen. Als men dit toch doet, is er sprake van misbruik van de bevoegdheid.

De rangorde-regeling die regelt welke bepaling voorrang heeft, geeft aan dat verdragsrechtelijke bepalingen suprematie hebben boven nationaalrechtelijke bepalingen. Dat dit ook nadrukkelijk in Suriname geldt, blijkt uit het feit dat dit internationaal geldend rechtsbeginsel in de Surinaamse Grondwet is (Artikel 106 van de Grondwet)opgenomen. Het hebben van een ontwikkeld rechtsbewustzijn laat dan zien dat je conform deze rechtsopvatting nooit een amnestiewet kon aannemen.

De amnestiewet is niet alleen in nationaal kader een absurditeit, ook in internationaal kader, nl. in het bijzonder gewoonterecht, bestaat het rechtsbeginsel dat amnestieverlening niet kan plaatsvinden indien de daders zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige schending van de mensenrechten: misdaden tegen de menselijkheid, zoals van moord en foltering. In de internationale rechtsorde is de gewoonte ontwikkeld dat amnestiewetten die daders van strafvervolging wensten uit te sluiten, niet worden erkend. In Latijns-Amerika is deze gedragsregel al meer dan drie decennia een hoofdregel. Daarom heeft het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten regeringen van Latijns-Amerikaanse landen bevolen hun amnestiewetten terug te draaien en de daders van schendingen van de mensenrechten te berechten. In Europa kent men dan ook o.a. het Joegoslavië-Tribunaal, het Rwanda-Tribunaal en het Sierra Leone-Tribunaal ter berechting van de daders van schendingen van de mensenrechten.

In Suriname kan de amnestiewet dan ook geen rechtskracht hebben omdat het strijdig is met de internationale rechtsorde zoals in het voorafgaande is gekenschetst. De rechterlijke macht moet dan ook bij het rechtspreken de amnestiewet terzijde leggen omdat het strijdig is met internationale rechtsbeginselen. De auditeur militair behoort het recht te kennen en moest dan ook op de rechtszitting van 13 april 2012 de uitspraak doen dat hij kennis heeft genomen van de amnestiewet, maar dat deze wet toepassing mist omdat het strijdig is met geldende internationale rechtsbeginselen. De positie van de auditeur militair is in dit verband onbegrijpelijk en zeer bevreemdend. Wellicht kan men oordelen dat hij bevangen is geraakt door angst omdat hij een zwakke gesteldheid heeft dan wel mogelijkerwijs zou zijn geïntimideerd. Het laat zich raden.

Hopelijk zal de rechterlijke macht rechtspreken conform het geldende recht, en hoogstwaarschijnlijk volgens bovenstaande redenering. De noodzaak in Suriname eerst een Constitutioneel Hof te installeren ter toetsing van de amnestiewet is onder de gegeven omstandigheden afwezig. De rechtszaak moet verder dan ook ongestoord zijn beloop hebben. Het proces tot nu toe laat zien dat we geen twijfels mogen hebben omdat de rechterlijke macht de objectiviteit en onafhankelijkheid zou hebben geschaad. Daarvan is tot heden niets van gebleken. Het tegendeel dat door de voorstanders van de amnestiewet wordt gepropageerd is simpelweg onhoudbaar en kan niet met feiten worden onderbouwd.

Pacta sunt servanda, een Latijnse uitdrukking voor "afspraken moeten gerespecteerd worden" is een basisbeginsel in het internationale en nationale recht. Dit beginsel dat de internationale orde regelt (Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht, 1969, artikel 26 en 27), impliceert dat alle politici - dus ook en vooral Surinaamse politici - in hun rechtsbewustzijn het besef moeten hebben dat het internationale recht zoals is vastgelegd in verdragen die door Suriname zijn erkend, voorrang heeft boven de grondwettelijke bevoegdheid van de DNA-leden wetten te maken. In hun betogen stellen de politici dat de soevereine wil van het Surinaamse volk in combinatie met de grondwettelijke bevoegdheid wetten te mogen maken hen rechtvaardigt tot het maken van de amnestiewet. Dit is een drogreden.

In dit verband moesten de NDP-leden en hun medestanders laten zien dat zij het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten van de VN te goeder trouw in acht namen. In het bijzonder het onvervreemdbare recht op toegang tot de rechterlijke macht ingeval de mens onrecht is aangedaan en het recht op gerechtigheid wil uitoefenen. Dit is fundamenteel, het is wezenlijk voor de vrijheid en waardigheid van de mens. Het fundamentele karakter blijkt uit de bewoordingen zoals is vastgelegd in de Preambule van het IVBPR/BUPO-verdrag. Deze opname in de preambule geeft het het vereiste fundamentele karakter.

Dat de NDP-politici en hun medestanders de amnestiewet hebben aangenomen, laat dus zien dat deze lieden een inferieur, krom rechtsbewustzijn hebben. Deze lieden kunnen nooit een democratische rechtstaat in stand houden. De weg van straffeloosheid in Suriname is door de uitoefening van hun vermeende wettelijke bevoegdheid vrij gemaakt. De doodsteek aan de democratie dankzij een parlementaire meerderheid, een meerderheid die maakt dat vandaag de dag een democratie is verworden tot een dictatuur: een parlementaire dictatuur.

Het volk van Suriname mag natuurlijk kiezen voor voortdurende verblinding, beter is het de ogen te openen en conform de grondwettelijke bepalingen en bepalingen volgens het ongeschreven recht, op te staan. Dat het volk het recht heeft op te staan en het parlement terug kan roepen volgt nadrukkelijk uit Artikel 52, lid 1, Grondwet, waarin het volgende is bepaald: "De politieke macht berust bij het volk en wordt uitgeoefend in overeenstemming met de Grondwet". Daarnaast wordt in lid 3 van hetzelfde grondwetsartikel bepaald dat " De verantwoordingsplicht ten opzichte van het volk en controle op het overheidshandelen door organen die daartoe zijn ingesteld en het terugroeprecht ten aanzien van gekozen volksvertegenwoordigers zijn waarborg voor een waarachtige democratie".

Het volk heeft aldus het recht zijn vertegenwoordigers (De Nationale Assemblee is conform artikel 55 lid 1 van de Grondwet, benoemd tot de vertegenwoordiger van het volk) terug te roepen omdat het recht door zijn vertegenwoordigers is verkracht. Dit recht dat normaliter tot het internationale gewoonterecht behoort omdat het een zogenaamd natuurrecht is, is door Suriname grondwettelijk vastgelegd. HET VOLK NEEMT SURINAME TERUG, omdat het rechtvaardig is te eisen dat de democratische rechtsstaat wordt hersteld!

 

 Lees verder 3. Betogen